MENU
informatie aanvragen
Professioneel, integer en betrokken

Vragen? Bel ons 088 00 185 00

9,4
Blog De opmars van de carrièreswitcher

De opmars van de carrièreswitcher

Half miljoen Nederlanders overweegt verandering van baan

Heel wat werknemers lopen rond met het idee dat ze liever iets heel anders zouden doen. Toch gaan velen eerst door een diep dal voordat ze daadwerkelijk de stap durven zetten naar een nieuwe loopbaan.

Danielle Pinedo

Vier jaar geleden raakte Hèlen Meek (32) overspannen. Ze werkte jarenlang als communicatieadviseur op een hogeschool, maar had gaandeweg het gevoel gekregen dat het werk haar niets meer te bieden had. Eenmaal opgekrabbeld schreef zij zich in bij Carrière Switch, een bureau dat mensen begeleidt die van baan willen veranderen, maar niet precies weten welk werk het beste bij hen past. „En daar” , zegt zij terugkijkend, „ging een wereld voor mij open” .

Meek had altijd al iets met houtbewerking. Toen zij als middelbare scholier een beroepenbeurs bezocht, bleef zij minutenlang voor de stand ‘MTS meubel maken’ dralen, maar „voor die studie moest ik vanuit Limburg naar Rotterdam verhuizen en dat was mij te veel van het goede” . Bij Carrièreswitch werd haar geadviseerd ‘iets met haar handen’ te gaan doen. Ze volgde een cursus houtbewerking en richtte in het najaar van 2002 het bedrijf ‘Meek meubels’ in Groningen op. Trots: „Ik ontwerp en maak zelf exclusieve meubels. En tot nu toe loopt het heel aardig.”

De gemiddelde werknemer in Nederland blijft volgens het CBS nog altijd negen jaar in dienst bij dezelfde werkgever. Maar de lengte van het dienstverband daalt al sinds 1997. Zeven procent van de werknemers in Nederland – ruim een half miljoen mensen – overweegt een carrièreswitch binnen twee jaar, zo blijkt uit onderzoek van het onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van uitzendbureau Randstad (2003). Een op de vijf werknemers overweegt een carrièreswitch als hij of zij nu ontslagen zou worden. En één op de vier werknemers geeft aan ontevreden te zijn met het huidige werk.

Veelzeggende cijfers, vindt Norman Schreiner, die het keuzevak loopbaanmanagement doceert aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. „Baarden mensen die van discipline veranderen een kwart eeuw geleden nog veel opzien, nu is het een geaccepteerd verschijnsel. De tijden van ‘eens een arts, altijd een arts’ liggen definitief achter ons. ” Schreiner maakt een onderscheid tussen werknemers die van discipline veranderen en werknemers die van functie veranderen binnen hetzelfde concern. „In dat laatste geval spreken wij ook van een carrièreswitch, maar het voelt toch anders als een medewerker van de computerafdeling van Dixons een baan vindt bij de computerafdeling van V en D (beide onderdeel van moedermaatschappij Vendex, red.) dan als een verpleegkundige kinderboekenschrijfster wordt. Voor dat laatste is toch wat meer moed en doorzettingsvermogen nodig.”

Neem Charlotte Schippers (47). Net als Meek begon zij zich een paar jaar geleden tijdens een burnout op de mogelijkheden voor ander werk te oriënteren. „Ik had zeventien jaar lang op de P en O-afdeling van een academisch ziekenhuis gewerkt en werd gaandeweg met een steeds groter takenpakket geconfronteerd. Werk dat collega’s lieten liggen, kreeg ík op mijn bordje. Uiteindelijk knapte het lijntje.” Het zelfstandig ondernemerschap lonkte, al vond Schippers het wel een beangstigende gedachte. „Het ziekenhuis was door de jaren een gezinsvervangend tehuis voor mij geworden. Al die jubileumvieringen en vakantieverhalen van collega’s – ik kon mij een leven zonder niet goed voorstellen.”

Toch zette Schippers door. Sinds vorig jaar spant zij zich in voor een zogenoemd ‘werkhotel’ in de Groningse hoofdstad, waar jongeren worden begeleid bij wonen, werken en leren. „Een tijdrovend, maar boeiend proces dat mij veel voldoening geeft.” Spijt over haar carrièreswitch heeft zij nooit gehad. „Integendeel. Ik had dit véél eerder moeten doen!”

Meek en Schippers gingen door een diep dal voordat ze durfden te erkennen dat hun werk hen niet bevredigde. Zij zijn niet de enigen. Volgens Geerhard Bolte, auteur van De wending. Hoe van baan veranderen je leven verrijkt (2004) nemen veel carrièreswitchers hun eigen ongenoegen en frustratie pas serieus „na een periode van overspannenheid, een pijnlijke identiteitscrisis, een zwaar auto-ongeluk of een andere traumatische ervaring” . Van de ene op de andere dag je collega’s de rug toekeren lijkt eerder uitzondering dan regel.

Toch gelden er volgens Bolte geen algemene wijsheden in welke gevallen iemand er goed aan doet van baan te veranderen. „De verschillen tussen mensen wat betreft behoeften, uithoudingsvermogen en dadendrang zijn nu eenmaal te complex om te kwantificeren” , schrijft hij in De wending. „De een zegt zijn baan binnen enkele maanden op als de bedrijfscultuur hem niet aanstaat. De ander houdt het twintig jaar vol, al lonkt al die tijd een droombaan.” Wel noemt hij een aantal waarschuwingssignalen, zoals het ‘vrijdagmiddaggevoel-op-maandag’. Mensen die aan het begin van de week al in de veronderstelling leven dat het weekend in aantocht is, moeten volgens hem op hun tellen passen.

De meeste carrièreswitchers hebben volgens Bolte een ontkenningsfase doorgemaakt voordat ze toegeven dat er iets niet klopt. „Dit wordt naast een onwrikbare arbeidsmoraal – niet lullen maar poetsen – vooral veroorzaakt door de veronderstelling dat fysieke en geestelijke ongemakken onontkoombare bijverschijnselen zijn van leven en werken in de 21ste eeuw.” Berusten in deze ongemakken is volgens hem nog altijd gemakkelijker dan erkennen dat je er iets aan kunt doen.

De mensen die bij Carrièreswitch aankloppen zijn dat stadium meestal al gepasseerd. Tijdens de tien bijeenkomsten die het bureau voor (potentiële) switchers organiseert worden vragenlijsten ingevuld, testen gemaakt en gesprekken gevoerd waarin niet alleen kennis, vaardigheden en opleiding aan bod komen, maar ook persoonlijke eigenschappen en ambitie. „Alles draait om zelfmanagement” , zegt Hugo van der Heide, algemeen directeur van Carrièreswitch. „Wij bieden mensen geen nieuwe baan aan, maar wel de knowhow en begeleiding om een overstap te kunnen maken.”

Van der Heide typeert zijn cliëntenbestand als overwegend vrouwelijk, academisch, technisch en afkomstig uit de Randstad. „Toen wij begonnen, ruim twaalf jaar geleden, kregen wij vooral veel veertigers over de vloer die tegen een midlifecrisis aanzaten. Nu hebben wij voornamelijk dertigers in ons bestand, die vijf, zes jaar werkervaring achter de rug hebben. Ze zijn zonder veel nadenken aan een loopbaan begonnen – bijvoorbeeld omdat de arbeidsmarkt behoefte had aan ICT’ers, juristen of economen. Of omdat hun ouders het van hen verwachtten. Langzaam komt het besef dat ze ongelukkig zijn. ”

Dat werknemers op steeds jongere leeftijd tot een carrièreswitch overgaan heeft volgens hem twee oorzaken: de veranderende rolverdeling tussen mannen en vrouwen en het toenemende besef dat er meer is tussen hemel en aarde dan werk. „Welzijn en vrije tijd worden belangrijker” , weet Van der Heide. „Dan maar geen promotie ” , is een veelgehoorde reactie. „De mens achter de werknemer staat nu veel meer centraal.”

Toch komt het volgens hem ook voor dat cursisten tot de slotsom komen dat zij het „zo slecht niet hebben” bij hun baas. „Neem de gescheiden, werkende moeder die zich onlangs bij ons aanmeldde. Afwisseling had haar voorkeur, maar haar huidige werkgever bood wel een goede regeling voor de kinderopvang en de flexibele werktijden waren ook een pre. De uitkomst van zo’n bewustwordingsproces is ons om het even. Zolang cursisten maar het gevoel hebben dat zij er iets mee zijn opgeschoten. ”

Bron: NRC Handelsblad

Veel gelezen:
Outplacement
Terug naar start Auteur: Herman Leusman
ik vertrek
Ik vertrek! Auteur: Herman Leusman